Hulptroepen

Ik zie de blauwe zwaailichten aankomen, het weerspiegelende licht op het natte wegdek geeft de donkere omgeving een feestelijke kleur…

Vreemd dat er nu geen tegenliggers meer langskomen… Ze hebben vast de weg afgezet.

Ik zie twee brandweer auto’s, de ene stopt voor onze auto en de ander rijdt door. ik bedenk dat het met de jongen van de andere auto ook niet goed kan gaan.

Naast de auto stopt aan beide kanten een ambulance… Ik hoor brandweermannen schreeuwen tegen een fotograaf, die schijnbaar achteloos zijn opgerookte sigaret op straat gooit… Grappig, ik ken die brandweerman… Hij is normaal zo vriendelijk maar nu zie ik hem met zijn armen gebaren en zijn vinger op zijn voorhoofd wijzen… De geur van de benzine maakt dat ik die brandweerman wel begrijp… Naast me hoor ik een zachte stem zeggen dat ze met zijn allen gaan proberen om ons zo snel mogelijk uit de auto te halen…

Vreemd, ik weet heel goed wie ‘met zijn allen’ zijn. Ik ken al deze jongens en mannen van de vrijwillige brandweer. De meeste komen uit ons dorp. Ik ken hun families en vrienden. hun vrouwen en kinderen. Ik had vanmiddag nog een gesprek met een paar van hen over het kiezen voor brandweerman om branden te blussen en opeens staan ze nu allemaal om ons heen… Op dat moment voel ik de warmte door mijn lichaam stromen…Vanaf mijn rechterarm. Voorzichtig draai ik mijn ogen in de richting waar de warmte vandaan komt en zie een grote hand die de mijne omsluit… Ik kan mijn hoofd niet draaien om te kijken bij wie de hand hoort maar de stem komt me bekend voor en dat stelt me gerust, hij weet mijn naam en zegt dat het goedkomt…

Een vrouw vraagt of ik mijn mond ietsje open kan doen omdat ze wil kijken wat er in mijn mond zit… hoewel ik niet wil doen wat zij van me vraag doe ik toch mijn mond open. Onmiddelijk voel ik een ruw gaasje allerlei brokjes bij elkaar vegen en uit mijn mond halen… Ik besef dat ik met mijn tong de schade op kan nemen en voel voorzichtig langs mijn tanden… Tot mijn verbazing voel ik ze nog zitten en de mevrouw, waar ik van denk dat ze van de ambulance is, zegt dat ze het glas uit mijn mond heeft gehaald… Voor het eerst voel ik tranen opkomen…

Voor onze auto stopt een lijkwagen maar die kan niet voor ons zijn… Er zijn teveel mensen die voor ons zorgen.Dat zouden ze niet doen als we al dood waren.

Het vervolg lezen?