Alles komt goed
Gelukkig het was maar een droom realiseer ik me als ik mijn ogen open en ons, vaal oranje, tentje zie… Texel? Nee dat kan niet. Ik moet helder blijven, dit is iets heel anders.
Er hangt een gordijnrails. De combinatie van de kleur van de gordijnen en de verlichting geeft de warme gloed aan de ruimte…
Sfeerverlichting, als in een tentje, op het moment dat de zon opkomt.
De geluiden zijn anders. Ik herken ze…
De geur klopt ook… ik ben in het ziekenhuis.
Het was geen droom, ik heb de hoofdrol in mijn eigen nachtmerrie. En terwijl de beelden, van de afgelopen nacht, door mijn hoofd gaan, voel ik de paniek opkomen.
Bellen, is mijn eerste gedachte. Er is hier vast iemand, er zijn hier altijd mensen.
Op het moment dat ik mijn arm wil bewegen voel ik de pijn door heel mijn lichaam trekken.
Ik voel paniek, ik kan me niet bewegen. Dit kan niet waar zijn… ‘Als je er niet aan denkt dan is het er ook niet’ probeer ik mezelf te vertellen. Het komt wel goed. Dat kan niet anders… Goed? Nou ja… t’is toch al goed dat l ik hier op mijn rug lig, ook al is het enige wat ik kan zien een smoezelig plafond ?
Ik voel me benauwd, het is alsof mijn keel word dichtgeknepen, alsof ik adem door een rietje…
Waarom komt er eigenlijk niemand bij me kijken? Ik realiseer me dat ik in ieder geval nog een schamper lachje kan opbrengen bij de beelden van de film ‘Coma’ die door mijn hoofd flitsen.
‘Ook maar niet aan denken’ , spreek ik mezelf moed in.’
Zou het nog nacht zijn?
Het is een systeem plafond, registreer ik…
Geen idee hoe zo’n plaat gemaakt wordt.
En terwijl ik de lelijke platen met gaatjes bestudeer vraag ik me af of er in iedere plaat evenveel gaatjes zitten of dat daar een soort willekeur in zit.
Lelijke gordijnen ook, die aan alle kanten om mij heen de ruimte afsluiten. Negen haken per baan en slecht gestreken.
Ik lig in bed. Zou het nacht zijn?
Volgens mij ben ik de afgelopen uren al honderd keer in slaap gevallen,weer wakker geworden en weer in slaap gevallen…
Ik ben in de war, ik wil stilte…
Maar steeds op de achtergrond is er dat slaapverwekkende getik en gepiep, wat slechts voorbehouden is aan medische apparaten, onderbroken door dat constant, klagelijke gehuil. Veertien plafondplaten verder…
Als ik me even goed concentreer kan ik voelen dat ik mijn benen wel zou kunnen bewegen… In mijn hoofd dreun ik rijtjes spieren en zenuwbanen op die ik voor de beweging nodig heb… Maar bij de geringste aanspanning wordt de pijn in mijn benen bijna ondraaglijk. Pijn is gevoel… bedenk ik nuchter en toch enigzins opgelucht en staak mijn poging..
Het zweet breekt me uit en met mijn ogen dicht probeer ik me even te ontspannen.
Dan mijn armen maar… Vanuit mijn ooghoek kan ik zien dat er aan de rechterkant van mijn bed een infuusstandaard staat. En ik trek direct de conclusie dat daar vast iets in wat op … ‘ine’ eindigt inzit…, zodat ik me zo prettig mogelijk voel.
Van mijn rechterhand kan ik kan mijn vingers bewegen. ‘Dat is goed’ fluister is zachtjes. Om mijn linkerarm zit een gipsverband. Ik kan mijn vingers niet zien. Ook niet bewegen, en mijn hoofd niet merk ik geschokt op, ik voel een band om mijn hoofd en het is alsof er een gewicht aanhangt. Ik besef dat dit niet goed is…’Niet aan denken’
Dan toch maar de gaatjes in de plafondplaten tellen…
Jammer dat dat kind steeds zo huilt.
‘Een kind dat huilt?’ geschrokken herhaal ik deze woorden hardop… Dat hoort hier niet. Dit is vast de IC, hier horen geen kinderen te zijn. Er loopt een rilling over mijn rug. Ik probeer wat beter te luisteren, het is vast een meisje. Van een jaar of drie. In gedachten geef ik haar blonde krullen en een engelengezichtje en vraag me af hoe ze heet… Ze is vast heel erg ziek, hier kom je niet zomaar…
En jij dan? vraagt een stemmetje , achter in mijn hoofd. Ik kan er niet meer onderuit. als ik hier lig zal het wel niet goed met me gaan. Mijn gedachten gaan naar huis. Waar onze kinderen zijn. Wie zorgt er voor ze? … Ik huil geluidloos met het kleine meisje mee.
Er buigt zich iemand over me heen, rommelt wat met mijn dekens in de buurt van mijn benen… Zuster? zeg ik zacht… Nee, Dokter,hoor ik een warme mannenstem zeggen, maar Martin mag ook… op dat moment stapt hij mijn gezichtsveld binnen. Mooie man. Zijn naam past bij hem. Je bent er weer, vervolgt hij… hoe voel je je? Ziek… is het enige wat ik uit kan brengen. Hij kijkt me aan en zegt met een serieus gezicht, dat ben je ook, heel ziek zelfs. Ik voel dat mijn hart sneller gaat slaan, ik ben bang. Tuurlijk wist ik wel dat ik hier niet voor niets was maar ik kan nog steeds niet inschatten hoe ik er voor sta. ‘Hoe lang ben ik hier?’vraag ik met trillende stem. ”Drie dagen, je vriend ligt hier tegenover je. Hij ligt nog aan de beademing maar het gaat langzaam beter met hem’. Even laat ik zijn woorden op me inwerken, ‘Oke… en hoe gaat het met mij?’ vraag ik dan, terwijl ik een golf van misselijkheid probeer weg te zuchten. ‘Je hebt je nek gebroken’, zegt hij kalm ‘en dat is onze grootste zorg op dit moment. Je voeten zijn verbrijzeld maar daar kunnen we voorlopig niets aan doen. Het is een wonder dat je leeft en we wachten het neurologische onderzoek af om te zien of je uitvalsverschijnselen hebt..’.
Het bloed suist door mijn oren en ik voel me steeds lichter worden in mjn hoofd.
‘We willen in de loop van de komende dagen een ‘halotractie’ aan gaan brengen met een corset daaraan vast, zodat je iets meer bewegingsvrijheid krijgt’ zegt hij vriendelijk…
Ik dwing mezelf om me te blijven concentreren op wat Martin allemaal zegt. Maar zijn stemgeluid wordt steeds minder verstaanbaar door het huilende meisje…’Tot die tijd blijf je doodstil liggen met een gewicht van acht kilo aan je hoofd en houden we je bijna slapend door een infuus’… ‘ ‘Dit wil ik allemaal nog niet weten ik moet dit eerst even verwerken” onderbreek ik hem halverwege zijn zin, ‘Waarom huilt dat meisje zo?
Hij kijkt me aan en zegt dan heel zacht, ik snap dat het je stoort maar ze is bijna verdronken en vecht voor haar leven… ‘Ze is nog klein, zeg ik meer als dat ik het vraag en hij knikt bevestigend… ‘ drie jaar’ vult hij aan, en ik voel tranen van verdriet branden. En terwijl ik mezelf afvraag of ik naar haar naam zou kunnen vragen vult hij aan ‘Marjolein’ .
‘Mooie naam’ bedenk ik. En terwijl mijn gedachten naar dat meisje wegzweven voel ik mijn oogleden zwaar worden. Ik val in een diepe, onrustige slaap…
Wordt eens wakker… hoor ik de vriendelijke stem van een meisje vragen. Als ik mijn ogen open doe staat er een jonge vrouw met haar gezicht vlak voor het mijne… Ik ben Angel en kom je je ontbijt brengen. Wakker worden? bedenk ik en ik laat haar woorden nog eens door mijn hoofd rollen… ik lig nog steeds in de zelfde ruimte alleen de gordijnen zijn iets meer open waardoor ik nog meer plafondplaten kan zien… Ik neem de relatieve stilte in me op en realiseer me dat ik iets mis… Ze slaapt, zeg ik, inwendig blij omdat ze nu misschien wat kan rusten… Angel kijkt me niet begrijpend aan… Marjolein slaapt, probeer ik iets duidelijker te zijn. Ik zie dat haar ogen volschieten en met zachte stem antwoord ze…Ja, ze slaapt, voor altijd. Ze is vanmorgen vroeg overleden…
Je moet iets eten, gaat ze verder, nuchter zoals alleen een verpleegkundige kan zijn in dit soort situaties, … anders krijg je een sonde en gaan we ervoor zorgen dat je op die manier voeding binnenkrijgt.
Mijn adem stokt bij het idee aan een sonde, ik voel meteen de antiperistaltische bewegingen in mijn slokdarm bij het idee een dropveter in zijn geheel door te moeten slikken…
Ik weet dat ik moet eten maar ik weet niet hoe ik moet slikken als ik op mijn rug lig…
De pogingen die ik met een slokje water had ondernomen waren me niet bevallen en bovendien voelde ik me te misselijk om te eten en moest er helemaal niet aan denken dat ik per ongeluk zou moeten overgeven…
Ze glimlacht en loopt weg om mijn ontbijt te halen…
Met kleine hapjes voert zij mij en ik weet een hele beschuit door te slikken… ‘Je hebt het goed gedaan’ zegt Angel bemoedigend als ze het laatste hapje in mijn mond stopt.
En terwijl mijn ogen bijna dichtvallen van vermoeidheid voel ik me trots…
Het begin is er… Alles komt goed!!
Dit was, in iedergeval voorlopig, het laatste deel van ‘La Nouvelle Etap’
Leuk dat je helemaal tot aan het einde hebt gelezen… dit betekent voor mij dat het je om de een of andere reden kon boeien…
Dank je wel voor het lezen en wie weet staat hier ooit zomaar weer een vervolg… Ik leef tenslotte nog lang en gelukkig…










